bijbelvertaling door de eeuwen heen
Hebreeuws en Grieks
Oorspronkelijk werd de Bijbel in het
Hebreeuws (Oude Testament) en Grieks (Nieuwe Testament) geschreven. Dat
waren in die tijd wereldtalen, zoals het Engels dat nu is. God gaf zijn
Woord in een taal die mensen konden begrijpen. Het Nieuwe Testament werd
geschreven in het alledaagse Grieks en niet in het
klassieke Grieks van de geleerden. De Bijbel moet immers leesbaar zijn
voor alle mensen, zodat zij de boodschap kunnen
verstaan in woorden die hen aanspreken.
middeleeuwen
In de Middeleeuwen was er maar één
Bijbelvertaling in gebruik: de Vulgaat, de Bijbel in het Latijn, zoals die
gebruikt werd door de geestelijkheid. Vulgaat wil zeggen: gewoon, van het
volk. Toen Rome aan de macht kwam klopte dit ook. Maar later werd Latijn
niet meer gesproken door de gewone mensen, maar alleen door
wetenschappers en priesters. Daardoor kon alleen de geestelijkheid de
Bijbel lezen en uitleggen en had de kerk een bepaalde machtspositie.
reformatie
Bijbelvertalingen in de volkstaal
ontstonden pas in de tijd van de reformatie, doordat de protestanten sterk
de nadruk legden op Gods Woord. Daarom vertaalde Luther in de 16e
eeuw de Bijbel in het Duits en werkte John
Wycliffe al twee eeuwen eerder aan de Bijbel in het Engels. De eerste
Bijbel, die in ons land werd gedrukt was de Delftse Bijbel. Deze bevatte
alleen het Oude Testament. In 1562 kwam de Deux Aes Bijbel uit, maar die
voldeed niet omdat het slechts een vertaling was van de Luther Bijbel.
Weer een halve eeuw later besloot men de hele Bijbel uit de grondtekst te
vertalen. Marnix van St. Aldegonde had er tot zijn dood in 1598 aan
gewerkt. Daarna gingen er andere vertalers mee aan het werk, volgens een
besluit van de Dordtse synode van 1619. In 1637 was het werk voltooid en
rolde de Nederlandse Statenvertaling (zo genoemd omdat hij op last van de
Staten-Generaal was gemaakt) van de drukpers. Eeuwenlang bleef dit de
Bijbel, die door alle protestantse groeperingen werd gebruikt. Deze
vertaling kreeg een enorme invloed op het volksleven.
stroomversnelling
Eeuwen later ontstonden de missionaire
vertalingen. William Carey, een van de baanbrekers voor de moderne
zendingsbeweging, vertaalde de Bijbel eigenhandig in tientallen plaatselijke
talen. Na de opwekkingen in 19e eeuw ontstonden veel zendingsorganisaties.
Men zag de noodzaak in voor meer bijbelvertalingen en in tal van landen
werden bijbelgenootschappen opgericht. Deze legden zich voornamelijk toe
op het verspreiden van Bijbels en het maken van bijbelvertalingen in de
meest gesproken talen.Toch bleef er een groot terrein onbewerkt: de
kleinere volken bleven nog steeds zonder geschreven taal, dus ook zonder
het Woord van God in hun eigen taal.
Cameron Townsend
In de 20e eeuw gaf God een visie aan Cameron Townsend
die de oprichter zou worden van de Wycliffe Bijbelvertalers, nadat hij in
1917 zelf onder de Caqchiquel indianen in Guatemala was gaan werken. Daarmee begon
de grootste doorbraak in de geschiedenis
van het bijbelvertaalwerk. Ook
andere organisaties hebben zich op deze immense taak gestort. In 451 talen
is inmiddels de complete Bijbel vertaald. In 1185 talen is het Nieuwe Testament
beschikbaar. En toch, omdat er
nog steeds 353 miljoen mensen zijn die een taal spreken, waarin nog geen
bijbelboek beschikbaar is, blijft bijbelvertaalwerk een dringende opdracht
voor de christenen van vandaag.
|