geschiedenis Wycliffe wereldwijd
"Als jouw God zo machtig is,
waarom spreekt Hij dan mijn taal niet?"
Dit vroegen enkele Cakchiquel-indianen aan Cameron Townsend,
die als bijbelcolporteur grote, zwartgekafte Spaanse bijbels probeerde te
verkopen in Guatemala. Hij had hen verteld dat dit boek
een belangrijke boodschap van de almachtige God voor hen had. Hun
indringende vraag
zette hem aan het denken, totdat hij in 1917 het besluit nam om bij de
Cakchiquel indianen in
Guatemala te gaan wonen om hen zelf de Bijbel in hun taal te brengen...
Townsend had geen enkele taalkundige opleiding genoten. Toch heeft hij de taal
van de indianen grondig geanalyseerd om vervolgens te beginnen met het
moeizame vertaalwerk.
Summer Institute of Linguistics (SIL)
Uncle Cam, zoals Townsend werd genoemd, realiseerde zich
hoe groot de behoefte aan bijbelvertalingen was. Hij besefte dat
er nieuwe medewerkers nodig waren die een goede taalkundige training moesten
krijgen voor het beschrijven van onbekende talen.
Zo organiseerde hij in 1934 een zomercursus in taalkunde op een boerderij
in Arkensas met twee studenten. Het Summer Institute of Linguistics
(Zomerinstituut voor Taalwetenschap) was geboren. Het volgende jaar kwamen
er vijf studenten. Na die cursus besloten vier
van de vijf cursisten om mee te gaan met Townsend en zijn vrouw om onder
de indianen van Mexico te gaan wonen. Jaarlijks kwamen er meer studenten
op de zomercursussen.
Wycliffe Bijbelvertalers
Enige tijd na de oprichting van het Summer Institute of Linguistics (SIL)
werd de partnerorganisatie Wycliffe Bible Translators (WBT) opgericht om zorg te
dragen voor de werving en begeleiding van nieuwe medewerkers, het onderhouden van relaties met de kerken in de thuislanden
en de financiën.
groei
Een van de eerste studenten was Ken
Pike, die in een afgelegen dorp in Mexico ging wonen om
de Bijbel in de Mixtec taal te vertalen. Hierdoor kwam hij er toe om
ingewikkelde toonsystemen te bestuderen. Uiteindelijk werd hij een
van de meest vooraanstaande taalkundigen van zijn tijd.
De zomercursussen in Arkansas gingen door en in 1941
was er een aanzienlijk aantal deelnemers. In dat jaar deed een professor
van de universiteit van Norman in Oklahoma mee met de cursus. Deze was
zo onder de indruk van het werk van Ken Pike, dat hij werd uitgenodigd
om op die universiteit te doceren. Tot 1987 was er een
samenwerkingsverband tussen SIL en de universiteit van Oklahoma,
waarbij in totaal ongeveer 10.000 studenten werden opgeleid in vakken
als algemene taalwetenschap, alfabetisering en intercultureel werk.
Ook in andere landen werden bijbelvertalers gerekruteerd
en opgeleid, zoals in Australië en Engeland, later ook in andere
Europese landen. Momenteel worden medewerkers uitgezonden uit tientallen
landen en worden er SIL cursussen in alle werelddelen gegeven.
wereldwijde taak
In de beginperiode werd nog alleen in Midden- en
Zuid-Amerika gewerkt. Vertalers gingen in afgelegen dorpen
wonen. Ze leerden de taal, bestudeerden de taalstructuur en de
plaatselijke cultuur, ontwierpen een schrijfwijze voor de taal en
zetten een uitgebreid programma van lees- en schrijfonderwijs op.
Uiteindelijk werden bijbelgedeelten vertaald. Waar nodig werd ook
praktische hulp geboden in de vorm van kleinschalige
ontwikkelingsprojecten. Meestal werden de programma's
uitgevoerd met de uitdrukkelijke steun van de overheid en de
resultaten werden beschikbaar gesteld aan de nationale universiteiten
in de betreffende landen en aan de academische wereld in het algemeen.
Daarna is het werk ook in andere gebieden begonnen,
zoals de Filippijnen (1953), Azie en Afrika
(vanaf 1962), en in Europa (1974). In enkele landen is het werk volledig
voltooid. In 93 landen is men nog bezig.
Ook de werkmethoden zijn
aangepast waar de omstandigheden daar aanleiding toe gaven. In 1185 talen zijn
inmiddels Nieuwe Testamenten opgeleverd.
In 1990 talen is men momenteel bezig met een
vertaalprogramma.
|