<< Terug naar overzicht

Internet bedreigt de kerk in Kenia

Internet is de grootste bedreiging voor de kerk in Kenia. Waar de kerk vroeger een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van jongeren, is het steeds moeilijker om ze te bereiken. Wat als YouTube het wint van de dominee?

Het kerkje in het dorp Lukholo (Kenia) oogt bijna idyllisch: lemen wanden, een golfplaten dak en grof houten bankjes. Helaas is het probleem waar de kerk mee worstelt veel minder schilderachtig. Jongerenwerker James Wafula vertelt: “Misschien denk je dat armoede, werkeloosheid of criminaliteit de kerk in Kenia bedreigt”, zegt hij. “Maar voor ons, Keniaanse christenen op het platteland, is er een nieuwe, grotere bedreiging bijgekomen: het internet.”

Op zondagmorgen wordt al snel duidelijk wat James bedoelt. Tieners en jongvolwassenen zitten achterin de kerk, onderuitgezakt met hun mobieltjes in de hand. Op veel plekken in Afrika is dat de realiteit. Technologie slaat ‘gewoon’ een paar fasen over: bijna iedereen beschikt over een mobiele telefoon en mobiel internet is spotgoedkoop. “Dorpjes als de onze zijn in een paar jaar tijd uit een isolement gesleurd en door internet midden in de wereld terechtgekomen”, zegt James. “Jongeren maken daar gebruik van, maar lopen ook risico. De Amerikaanse rapcultuur is in korte tijd enorm populair geworden. Onze jongeren kopiëren klakkeloos wat ze op YouTubefilmpjes zien. Ze gaan drinken, gebruiken drugs en zijn gewelddadig. Ze hebben geen zin meer om naar school te gaan en hard te werken. Ze denken dat ze op een ‘makkelijke’, illegale manier snel rijk kunnen worden. Vroeger speelde de kerk een belangrijke rol in de ontwikkeling naar volwassenheid, tegenwoordig kunnen we deze jongeren steeds moeilijker bereiken.”

Onbegrepen Bijbel / Internet

Een groot probleem daarbij is dat de Bijbel alleen beschikbaar is in het Engels en de grote Afrikaanse handelstaal, het Swahili. James: “Jongeren begrijpen die taal in grote lijnen, maar het komt niet echt binnen. Op school leren we abstract denken in het Engels, en voor het dagelijks leven gebruiken we onze eigen taal, het Tachoni. Gevolg daarvan is dat veel mensen nauwelijks over thema’s als zonde, genade, maar ook liefde en vergeving spreken in hun eigen taal, de taal waarin ze hun eigen leven vormgeven. Dat is voor ons altijd al een probleem geweest, maar met de komst van die rapcultuur wordt dat alleen maar erger: jongeren combineren het Tachoni, Swahili en het Amerikaanse rap-Engels tot een gangtaal die alleen zij begrijpen. De afstand wordt dus alleen maar groter.”

‘Soms voelt het geloof als iets dat we geleend hebben’

 

internet

Jongerenwerker James Wafula

Westerse God

Als James door de stoffige straten van het dorpje loopt, wordt hij door iedereen gegroet. Met zijn aannemingsbedrijf heeft hij een stevige reputatie en een flinke bekendheid verworven. Maar aan werken komt James de laatste tijd nauwelijks toe: al zijn tijd gaat op aan het jongerenwerk in zijn kerk. James is, in zijn nette pak en met zijn glimmende Chinese zakenauto, voor jongeren het voorbeeld van succes. “Alleen daardoor kom ik met hen in contact. Zo kan ik ze vertellen dat ik alleen zover ben gekomen door me te houden aan Gods geboden. Ik houd ze voor: ‘Jongens, jullie leven een leven dat niet van ons is, je leeft het vreemde leven, het buitenlandse leven.’ Maar weet je wat een jongere daarop tegen me zei? ‘Jullie doen precies hetzelfde, in de kerk. Met je westerse overhemden, en je Bijbel in het Engels en je preken van een Westerse God. Waarom zouden wij dat dan niet mogen? Probeer ons niet te redden met een gekopieerd geloof!”
Die opmerking kwam bij James binnen als een mokerslag. “Deze jongere verwoordde een gevoel dat veel Tachoni herkennen, al vinden ze het vreselijk om toe te geven. Het gevoel dat het geloof, hoe dierbaar het ook is, iets is dat we geleend hebben. En iets dat je leent, wordt nooit helemaal van jezelf. De worsteling om het geloof eigen te maken zie je door de generaties heen. Er zijn maar weinig gemeenteleden die groeien naar een volwassen geloof dat standhoudt in beproeving.”

Bijbelvertaalwerk brengt verandering

Daarom schenkt Wafula al jaren een flink deel van de winst uit zijn onderneming aan het vertalen van de Bijbel in het Tachoni. “Ik geloof dat Bijbelvertaalwerk echte verandering gaat brengen voor de Tachoni. We krijgen toegang tot de Bijbel, het Woord van God, in onze eigen taal. Zo kunnen we preken over de onpeilbare hoogte, breedte, lengte en diepte van Gods liefde in de taal die ons hart raakt. En hebben we de mogelijkheid om het geloof in onze God op onze manier te uiten. Zo kunnen we onze kinderen en jongeren meegeven dat God ook hun God is, in een cultuur die hen een veilige en herkenbare omgeving biedt.” “Het klinkt misschien als dagdromen, maar ik weet dat het mogelijk is. We zien het om ons heen als we kijken naar groepen die al veel eerder toegang kregen tot het Woord van God in hun eigen taal. Het gaat er dan anders aan toe: predikers verbinden de Bijbel en het dagelijks leven met elkaar, ouders helpen hun kinderen groeien in geloof. Culturen zijn weerbaar tegen slechte invloeden, of die nu uit het Midden-Oosten, Europa of Amerika komen. We weten dat het kan, en daarom zien we zo enorm uit naar deze Bijbel in onze eigen taal.”

Dit artikel verscheen onlangs in Wycliffe Nieuws. Meewerken aan het Bijbelvertaalwerk in Kenia? Dat kan! Bid mee via de Wycliffe Gebedskalender of steun het werk financieel

 

Reacties zijn gesloten.